Ingestuurd: Veedrijven met Robin

Het is geen geheim dat de meeste Corgi’s, zowel Pembroke als Cardigan, tegenwoordig als huishond functioneren. Zo ook mijn vijfjarige Cardigan reu Robin, hoewel hij deze taak heel serieus neemt als de deurbel gaat of een kat in de tuin durft te lopen (o wee!). Van oorsprong was dit natuurlijk heel anders. Beide Corgi rassen horen bij de eerste rasgroep, de herders en veedrijvers. Het staat dan ook al jaren op mijn lijstje om met Robin dat veedrijven een keer uit te proberen. Op 21 mei was het zover.

Enthousiast had ik me meteen gemeld bij Marjon van der Kraats, die de Nederlandse corgi’s graag aan de schapen wil krijgen en daarom twee dagen organiseerde voor een zogenaamde aanlegtest of ‘herding instinct test.’ Zoals de naam zegt, wordt er dan gekeken of de hond een basale aanleg heeft om met vee te werken. Op naar Friesland, naar JJ Ranch van Anneke de Jong. Geen idee wat te verwachten eigenlijk, we lieten het maar gebeuren. Gezellig was het natuurlijk al snel met de honden en baasjes. Koffie, lunch en een korte uitleg (‘Vanaf nu zien we wel wat er gaat gebeuren’) verder en daar stonden we rond een zogenaamde ‘kraal’ – een soort omheinde zandbak van zo’n zes bij tien meter. Om de beurt gingen de honden daar naar binnen onder leiding van Bob Lammers. Wat er in die kraal gebeurde heb ik zelf nog nooit eerder gezien. Bij iedere hond – ik noem geen namen, maar de oplettende Facebookgebruiker heeft ze voorbij zien komen – leek er een knop om te gaan. De natuur aan het werk. Sluimerende software werd geactiveerd. Een onzekere hond bloeide op, een andere hond werkte alsof hij het elke dag deed en die ene rustige knuffelbeer wist uiteindelijk ook de schapen bij elkaar te brengen. Van begin tot eind genieten! Ik stond erbij en keek ernaar. Je kunt de rasstandaard van je hond lezen, en uit je hoofd leren dat je hond bijvoorbeeld een ‘matige stop’ en een goed gehoekte schouder van 90 graden moet hebben. Tijdens deze dag zag ik voor het eerst waarom. Die waardevolle ervaring gun ik alle baasjes. Na twee of drie keer max tien minuten in de kregen alle hondjes een rapport, en allemaal hadden ze op één of andere manier de aanleg voor hun oorspronkelijke werk nog in zich. Dat is een compliment voor onze fokkers wat mij betreft. Tuurlijk had dit nog maar weinig met het echte werk te maken. Een doorgewinterde veedrijver jaagt de schapen bijvoorbeeld niet op als dat niet nodig is (voor wie zich zorgen maakt: voor de schapen werd goed gezorgd en ze werden regelmatig gewisseld). Zo is het met alles. Onze show- agility- en obediencehonden konden dat ook niet vanaf het eerste moment. Desalniettemin is er bij Robin en mij een zaadje geplant. Nu nog een kudde dichterbij huis vinden! PS: De aanwezige honden hebben, in tegenstelling tot bij de gemiddelde groepswandeling, amper geblaft. Wel werd er gewoon in poep en plas gerold.

Ingestuurd door: Sanne van Dijk
PS: Foto’s zijn gemaakt door Marinda Bijzitter.